Zoals het indertijd de goede gewoonte was, stonden de mensen allemaal door elkaar, Racingers en Malinoiers en ofwel zag je dat aan de sjaal die ze droegen, ofwel hoorde je dat. Het was in de winter, we hadden een goed dikken jas aan en mijn oom had een hoed op. Mijn oom voerde altijd het hoge woord en als hij kon afgeven op iemand van de Racing dan deed hij dat want hij was een felle Malinois supporter. Hij stond van zijn oren te maken maar had niet gezien dat er vlak achter hem een Racing supporter stond en dat was ook een felle. Die was het beu dat er voor hem iemand van zijn oren stond te maken tegen Racing en hij boog zich opeens naar voren. ‘Gij vuile dikken hoed, dat moet hier gedaan zijn’ zei hij en hij pakte de hoed van mijn oom langs beide kanten vast en trok hem met een ruk naar beneden tot over zijn oren.

Iedereen in de omgeving lag plat van te lachen. Als dat vandaag zou gebeuren, zou er misschien gevochten worden maar toen hadden alle toeschouwers buikpijn van het lachen. Mijn oom had pijn aan zijn oren want hij moet zijn hoed weer naar boven krijgen. Hij heeft eraan gesleurd en getrokken en uiteindelijk kreeg hij hem toch weer boven zijn oren. Nadien heeft hij ook gelachen, groen dat wel, maar dat was dan weer in voordeel van de Racingers.

Met dank aan Erfgoedcel Mechelen

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*