Na de degradatie in 2001 staat KV Mechelen aan het begin van een successeizoen in tweede klasse. De voorbereiding loopt vlot, en voor de eerste ronde van de Beker van Belgie worden we uitgeloot tegen derdeklasser Overpelt Fabriek. Beide clubs zijn akkoord om de wedstrijd in Mechelen te laten doorgaan, omdat daar de publieke opkomst beduidend hoger zal liggen. De voetbalbond weigert echter mee te werken (officieel omdat een wijziging veertien dagen op voorhand dient aangevraagd te worden) en beslist dat KV toch naar Limburg moet. Vanaf dan zijn we getuige van een heuse soap, waar uiteindelijk de supporters het slachtoffer van worden.

Overpelts waarnemend burgemeester Gerard Bloemen, die burgemeester-op-vakantie Karel Pinxten vervangt, ziet liever geen Mechelse fans in zijn gemeente, en verklaart het Overpeltse stadion voor onveilig. De verantwoordelijke van de politie ziet echter geen probleem en haalt aan dat eerdere competitiewedstrijden tegen Racing Mechelen en Beerschot geen problemen opleverden. Het probleem zou zich eerder rond de brandveiligheid situeren, aangezien het stadion omringd is door zomerdroge dennenbossen. De brandweercommandant van Lommel, die tevens bevoegd is in Overpelt, stelt dan weer dat er helemaal geen sprake kan zijn van brandgevaar. Voor hem kan alles normaal verlopen, aangezien de supporters op de tribunes staan, en niet in het bos. De beslissing om geen Mechelse fans toe te laten komt volledig op de rekening van waarnemend burgemeester Bloemen, die ondertussen al een karrevracht e-mails van misnoegde Kakkers heeft ontvangen.

Donderdag voor de wedstrijd komt er definitief duidelijkheid. Gerard Bloemen deelt officieel mee dat er geen supporters worden toegelaten tijdens Overpelt – KV Mechelen. De buurt rond het stadion zal hermetisch afgesloten worden, en Mechelaars die toch naar Overpelt afzakken zullen terstond gearresteerd worden. Dezelfde dag worden de Mechelse supportersclubs en busmaatschappijen gecontacteerd en krijgen zij het verbod om naar Overpelt te reizen. Enkele supporters die oproepen om toch naar de wedstrijd te gaan, krijgen zowaar telefoon van de Limburgse politie en worden persoonlijk verantwoordelijk geacht mochten er zich toch fans in de buurt van hetstadion bevinden. De toestand is nu helemaal verziekt en communicatie met de Limburgse instanties is niet langer mogelijk. Uiteraard zijn we niet van plan om thuis te blijven, en diezelfde avond zakken we nog af naar Overpelt, om onze geheime plannen uit te werken.

Na enkele rondjes rond het stadion gereden te hebben gereden, parkeren we onze wagen aan de plaatselijke hondenclub, waar we wachten tot het volledig donker is. Iets voor elf uur stappen we uit onze verborgen opgestelde wagen en sluipen door het bos tot aan het stadion. We komen opvallend makkelijk het stadion binnen, en ondanks de duisternis staan we absoluut versteld : dit stadion is perfect in orde ! Een nieuwe, betonnen staantribune langs de lijn, een cafetaria achter het doel en een pareltje van een hoofdtribune. Bovendien is hier alles voor handen om compartimentering te voorzien. We kunnen niet geloven dat veiligheid ook maar op enig moment de reden kan geweest zijn om de Mechelse toeschouwers te weren. We delen ons op in twee groepjes: Stef en Wim inspecteren de staantribune en achterkant van de cafetaria, Diallo en Pedro nemen de hoofdingang en hoofdtribune voor hun rekening. Zij dienen uiterst voorzichtig te zijn, want in één van de lokalen brandt nog licht, en merken we duidelijk beweging. Stef en Wim lopen om de cafetaria heen. Het is duidelijk : als alle ingangen zorgvuldig afgesloten worden, dan kom je er niet in. Zelfs via het oefenveld achter de cafetaria lukt het niet. Plots zien we twee schimmen in onze richting komen. We zetten het op een lopen. We rennen door het bos, nog steeds op de hielen gezeten door twee mannen. We vluchten in de richting van de hondenclub, en in het schijnsel van de straatverlichting kijken we verrast op. Het zijn Diallo en Pedro die ons achternazitten. Puffend bekomen we van het misverstand dat ons de daver op het lijf joeg. We zetten samen ons buurtonderzoek verder, en we komen tot de vaststelling dat we waarschijnlijk niet verder dan het bos achter de staantribune zullen komen. Diezelfde nacht nog sturen we een anonieme mail naar een aantal Kakkers, om zeker te zijn dat we iedereen bereiken die van plan is om naar Overpelt te komen. Naar de buitenwereld toe wordt er in alle talen gezwegen.

Zaterdag 18 augustus vertrekken we ’s middags vanuit Baal met vier auto’s. Wehebben om 17.00 uur afgesproken op de Delhaize-parking in Neerpelt, van waaruit we iets voor het wedstrijdbegin naar Overpelt zullen afzakken. Omdat we vrezen dat de politie, bijgestaan door de Mechelse spotters, de drukke N74 zal controleren, rijden we via Nederland naar Neerpelt…. We pakken het grondig aan ! Om 17.00 uur staan we met zo’n zestig tot tachtig KV-supporters op de Delhaize-parking. Even ontstaat er paniek. Via via vernemen we dat de spelers deze middag hun GSM moesten afgeven, en dat de wedstrijd waarschijnlijk is vervroegd. Het verhaal blijkt te kloppen, geen enkele speler is te bereiken. Dan krijgt Andy een geniaal idee. Na enkele telefoontjes hebben we het GSM-nummer van de chauffeur van de spelersbus te pakken. De chauffeur vertelt ons dat de spelers nog zitten te eten en dat de match doorgaat zoals gepland. Het afleidingsmaneuver is op een subtiele manier doorprikt, we voelen dat we ons doel zullen bereiken. We wachten rustig af in het centrum van Neerpelt. Er is vanavond een openluchtconcert gepland, en er hangt al een leuk kermissfeertje. Op één van de terrasjes wachten we geduldig tot twintig voor acht, het afgesproken vertrekuur.

Met ruim dertig wagens gaan we op weg naar Overpelt. We hebben zorgvuldig de route uitgestippeld, door de kleinste straatjes van de gemeente, tot in een woonwijk naast de N74. Vanaf hier is het onmogelijk om nog ongezien dichter bij het stadion te komen. We sturen één man voorop om de toestand in te schatten. Hij brengt ons goed nieuws : “Er staan twee politiecombi’s op het kruispunt met de Stuifzandstraat, maar eens we door het tunneltje onder de grote baan zijn, kunnen we de bossen in, en vanaf dan kunnen ze nooit een kleine honderd man tegenhouden!” We verzamelen met de hele groep in de tunnel, en stormen van daaruit allemaal samen het bos in. Onze opzet is geslaagd, de politiecontroles zijn omzeild, en iedereen beschikt over een plattegrond van het bos, waarop we kunnen zien via welke paadjes we achter het stadion komen. Vijf minuten later staan we allemaal achter de tribune, en kunnen we in de hoek zowat één derde van het veld zien. Een vijftigtal andere supporters zijn ook op deze plek geraakt en wat later komt er een groep van Lova Malinwa toe, met zowaar bakken Jupiler en zakken chips in de hand. Het wordt een leuke pic-nic, en de Overpeltse ordediensten besluiten wijselijk niet in te grijpen. Het is onbegonnen werk om een groep van ruim 200 fanatieke supporters uit een bos te verjagen. Van de wedstrijd zien we niets. We zijn volledig afhankelijk van de signalen die keeper Willockx ons geeft. Malinwa wint de wedstrijd met 3–4, na verlengingen. Na afloop van de partij komen de spelers allemaal naar de cornervlag om hun knettergek publiek te groeten. Eén voor één gaan ze de omheining over, en bezorgen ze de meegekomen supporters een onvergetelijk moment.

KV wordt in de volgende ronde met de penalties uitgeschakeld door  Verbroedering Geel, maar “Overpelt” is sindsdien een heus begrip geworden bij de KV-supporters.

Bron: KVM Vooruit, 10 jaar onderweg, p.66 ev, Wim Geerts

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*